Facilitator voor Stadslandbouw

Stel je vraag hier

Technische informatie

#ondernemers #bovengronds #techniek

 

Université Gembloux Agro-Biotech

Université Gembloux Agro-Biotech

Waar en hoe voedingsgewassen produceren in een vastgoedproject?

Er zijn tal van mogelijkheden om eetbare planten in te passen in een vastgoedproject. Dat kan op platte daken, wanden, binnenpleinen, tuinen, de binnenkant van huizenblokken, kelders, terrassen, indoor-ruimten, vensterbanken… Bij de keuze van de plek en het type techniek zijn de specifieke behoeften van planten aan licht, temperatuur, water, voedingsstoffen en luchtverversing (evenwicht O2-CO2) belangrijk. U dient ook rekening te houden met de risico’s op besmetting die gepaard gaan met vervuilende stoffen. Want om geschikt te zijn voor consumptie moeten deze planten groeien in een omgeving die vrij is van toxische stoffen voor menselijke voeding. Informatie over de mogelijke bronnen van vervuiling is beschikbaar in Infofiche "Hoe de mogelijke bodemvervuiling bepalen bij het telen in volle grond?" en in de themafiche: "Zijn er risico’s verbonden aan het telen in de stad?"

Naast die basisbehoeften hebben planten ook volgende zaken nodig: 

  • ruimte om te kunnen groeien, zowel bovengronds als ondergronds;
  • andere bevestigingen dan wortelverankering voor sommige planten zoals bv. klimplanten;
  • bescherming tegen plagen, ziekteverwekkers en fytotoxische stoffen. 

Tal van landbouwproductietechnieken zijn in te passen in een vastgoedproject, rekening houdend met de context, de doelstellingen van het project en de afmetingen van de beschikbare ruimte.

Afhankelijk van de plek in het gebouw zullen bepaalde productietechnieken de voorkeur krijgen boven andere.

 

Volle grond

Pleine terre - Green SURF - Potager de l’asbl Tremplin (Charleroi)

Pleine terre – Green SURF – Potager de l’asbl Tremplin (Charleroi)

Aan de binnenkant van huizenblokken, in tuinen en aan de voet van gebouwen is het telen in volle grond het makkelijkst, als de bodemtoestand het toestaat. U dient in dat geval voor een compostsysteem te opteren waarmee u makkelijk natuurlijke mest kunt aanmaken. Het kan ook interessant zijn om een systeem voor waterrecuperatie te voorzien om de gewassen te irrigeren. Let wel op met het type bedekking, want dat kan mogelijk een bron van vervuiling zijn. 

 

 

 

 

 

Op bruikbare plekken zonder rechtstreeks contact met de aarde (platte daken, balkons, terrassen…) of op vervuilde bodems, zijn zogenaamde bovengrondsetechnieken te overwegen. De gewassen worden er geteeld in een gereconstrueerde omgeving die losstaat van de grond. Die technieken hebben dus geen aardbodem nodig en kunnen overal geïnstalleerd worden.

 

Moestuin in een bak

Bac Potager – Xavier Claes

Bac Potager – Xavier Claes

Door te telen in bakken kan het aanplanten van groenten op hoger niveau gebeuren. Zo is er geen rechtstreeks contact meer met de bodem. De aarde in de bakken bestaat uit teelaarde en organische elementen die onmisbaar zijn voor de groei van gewassen. Die kunnen zowel op het dak, op een terras als in volle grond ingeplant worden. Het telen in moestuinbakken is zowel bruikbaar voor professionele doeleinden als voor de eigen productie. Voor privé en collectieve projecten kunnen de bakken de vorm aannemen van zakken in geotextiel, recuperatiespullen…

Meer informatie is beschikbaar in de fiche "Telen in bakken of potten"

 

 

 

Moestuindaken 

Daken lenen zich perfect tot moestuin zonder het gebruik van bakken. De aarde wordt rechtstreeks op het dak van het gebouw verspreid, bovenop een beschermlaag die de waterdichtheid van het dak garandeert. Die waterdichte laag kan in verschillende materialen uitgevoerd zijn: geotextiel, beton, PVC-platen… 

Moestuindaken zijn nog relatief zeldzaam, in tegenstelling tot groendaken van het niet-eetbare type, die steeds populairder worden in vastgoedprojecten.

 

Aquaponische teelt

Aquaponie – Université Gembloux Agro-Biotech

Aquaponie – Université Gembloux Agro-Biotech

In aquaponische teelt wordt het telen van planten (hydroponie) en het telen van vissen (piscicultuur) gecombineerd. De uitwerpselen van vissen worden via bacteriën omgevormd tot voedingsstoffen die planten kunnen opnemen. 

 

 

 

 

 

Hydroponie 

Hydroponie – Aquaponie – Université Gembloux Agro-Biotech

Hydroponie – Aquaponie – Université Gembloux Agro-Biotech

Met deze techniek kunt u planten telen op een neutraal en inert substraat. De planten worden gevoed door een oplossing verrijkt met voedingstoffen en -elementen. De gesloten kring zorgt voor het optimale gebruik van water en voedingselementen. Hydroponie kan zowel binnen als buiten gebeuren.

 

 

 

 

 

 

Naast die verschillende bovengrondse technieken zijn er ook nog de zogenaamde indoor-teelten die verwijzen naar de productie van dier- en plantensoorten binnen in gebouwen. Verschillende types productie zijn hier mogelijk: het telen van champignons, insecten, kleine aquaponiesystemen, groene wanden… Ten slotte kunnen de muren van een gebouw ook gebruikt worden om er klimsystemen, opgebonden bomen of hangsystemen te installeren. De eerste twee systemen kunnen in volle grond of bovengronds uitgevoerd worden, via het gebruik van bakken. Wilt u meer informatie over het benutten van verticale wanden? Raadpleeg dan Infofiche "Zijn verticale wanden ook geschikt voor voedselproductie?"

 

Meer informatie over de voorwaarden voor gebouwen is beschikbaar in de Gids duurzame gebouwen.

Wie kan me helpen bij het zoeken naar technieken voor plantenproductie en de integratie ervan in, boven of rond het gebouw?

Er bestaan verscheidene technieken om gewassen te telen: productie in volle aarde, bovengrondse productie in bakken, hydroponische productie of aquaponische productie… De verschillende technieken vereisen een expertise en knowhow waarbij de tussenkomst van professionals nuttig kan zijn.

Belangrijke factoren waarmee u rekening moet houden in zulke projecten zijn enerzijds welke gewassen u wil telen en anderzijds de omgevingsvereisten, of die nu legaal, stedenbouwkundig zijn of gebonden aan de onthaalinfrastructuur van het project. Ook de doelstellingen van het project zullen doorslaggevend zijn.

Planten hebben licht, water, voedingsstoffen en een draagstructuur nodig om goed te kunnen groeien. Die behoeften moeten beoordeeld worden in de context waarin het project plaatsvindt. De mensen die het best in staat zijn om u te richten bij de keuze van de techniek en de teeltpraktijken zijn mensen met een landbouwopleiding (landbouwkundige ingenieurs, plantendeskundigen, tuinbouwers, moestuinmeesters, boomkwekers…). Met hun kennis kunnen ze u begeleiden bij de keuze van de te telen gewassen, in welk seizoen, de combinatie van gewassen, de aangewezen wisselteelt, de ziekteverwekkers om te bestrijden en de meest geschikte en milieuvriendelijke bestrijdingstechnieken. U kunt ook specifieke informatie vinden in de infofiches beschikbaar op de website van Leefmilieu Brussel:
https://leefmilieu.brussels/themas/voeding/zelf-kweken/tips-om-de-stad-te-kweken/infofiches-om-te-telen-de-stad.

Vooraleer een eigen teeltactiviteit op te starten, professioneel of voor eigen gebruik, kan het nuttig zijn om een opleiding te volgen over de verschillende aspecten van stadslandbouw. Verscheidene verenigingen stellen professionele vormingen of educatieve workshops voor.

Tal van actoren actief in opleiding en het telen van eetbare gewassen zijn te vinden op de portaalsite van Good Food (rubriek "Actoren"):
https://goodfood.brussels/nl/ressources.

Naast de technische expertise voor de gewasproductie loont het ook de moeite om het project vanuit landschaps- en stedenbouwkundig oogpunt te bekijken, om landbouwprojecten beter te integreren in de stedelijke omgeving en wetgeving.

Voor vereisten eigen aan het gebouw, met name draagvermogen, watercapaciteit, waterrecyclage en afvalbeheer, zijn architecten, bouwkundige ingenieurs, ingenieurs speciale technieken en leveranciers van materialen het best geplaatst om vragen te beantwoorden.

Naast technische vaklui zijn er professionals in ondernemersbegeleiding en bedrijven gespecialiseerd in advies en ondersteuning bij het installeren van productiesystemen voor stadslandbouw, aanwezig in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Zij kunnen de sleutels aanreiken om een project op te starten en te laten werken.

Enkele van die actoren zijn ook te vinden op de portaalsite van Good Food.

Ik wil een moestuin aanleggen op mijn dak – op het dak van mijn onderneming. Enkele handige tips?

Bij het aanleggen van een moestuin op een dak zijn verscheidene parameters van belang: de geldende stedenbouwkundige wetgeving, het draagvermogen van de steunstructuur en de keuze van mogelijke teeltmethode. Zoiets opstarten vereist specifieke knowhow en vaardigheden. Wilt u meer informatie over de aanspreekpunten die u hierbij kunnen helpen? Raadpleeg dan Infofiche "Wie kan me helpen bij het zoeken naar technieken voor plantenproductie en de integratie ervan in, boven of rond het gebouw?"

Naast het technische kader zal uw initiële motivatie bepalen voor welk type project u kiest. Het is dus cruciaal om de juiste vragen te stellen vooraleer dit avontuur aan te vatten.

Urbanisme en wetgeving

Bij het opstarten van dakprojecten is het nodig om voordien een technische, stedenbouwkundige en reglementaire analyse op te maken. Zo dient u na te checken of het dak conform is met de veiligheidsvoorschriften, brandnormen en stedenbouwkundige reglementen. Meestal zal ook een reling en een beveiligde toegang vereist zijn. U vindt de te volgen aanpak in Infofiche "Welke toelatingen zijn nodig in een stadslandbouwproject?" en Infofiche "Welke vergunning en reglementering voor de inrichting van infrastructuren op het dak?", rubriek Reglementaire informatie.

Draagvermogen 

Het draagvermogen van een dak is de belasting die dit dak kan dragen. Dit vermogen bevat steeds een veiligheidsmarge die ervoor zorgt dat het dak aan onze weersomstandigheden kan weerstaan. Toch dient u ook bepaalde technische vragen te stellen vooraleer er een moestuin aan te leggen:

Kan mijn dak een last dragen waarop niet is gerekend bij de constructie van het gebouw? Hoe is het dak momenteel toegankelijk? Welke aanpassingen zijn noodzakelijk om het gebruik ervan effectief mogelijk te maken?

De keuze van het systeem, de schaal en de dimensionering zullen afhangen van dit draagvermogen. Het is namelijk zo dat het gewicht van een moestuin varieert naargelang de gebruikte techniek. Wilt u meer informatie? Raadpleeg dan Infofiche "Wat is het gewicht van moestuinen?"

Het advies van een expert in het domein, van het type bouwkundig ingenieur (speciale technieken) of architect, is onmisbaar om dit draagvermogen te beoordelen.

Keuze van het stadslandbouwsysteem

Dakteelt is een vorm van bovengrondse landbouw waarbij verscheidene productiemethoden mogelijk zijn. Die verschillende technieken zijn te vinden onder Infofiche "Waar en hoe voedingsgewassen produceren in een vastgoedproject?"

Naast het draagvermogen van het dak zullen ook de omstandigheden waarin u de moestuin aanlegt, een invloed hebben op uw keuze:

Blootstelling aan de zon

Deze blootstelling is een doorslaggevende parameter voor de plantengroei. Ze bepaalt ook de aanbreng van water vereist voor de optimale groei van de planten. Een lommerrijk dak zal de neiging hebben om vochtig te blijven en leent zich dus goed voor de ontwikkeling van mossen. Een dak dat dan weer sterk blootgesteld is aan de zon zal, afhankelijk van de gekozen plantensoorten, regelmatige besproeiing vereisen.

Een tip: om de ideale plek te kiezen bij het planten van uw gewassen doet u er goed aan om op verschillende tijdstippen van de dag te kijken waar zich schaduw en zon bevinden en te weten hoelang de zon er schijnt.

Waterbehoefte

Elke plant heeft water nodig om te kunnen groeien. Daarom is het van belang om te kiezen in functie van de omgevingsfactoren op de plek in kwestie. Met een goed beplantingsplan kunt u de vereiste watertoevoer beperken. Ook essentieel is het om een systeem te voorzien voor recuperatie van regenwater.

Meer informatie is beschikbaar in de fiche "Irrigatie – technieken om water te besparen"

Type substraat

Het substraat is de wortelondersteuning van planten. Er bestaan verscheidene types met elk hun specifieke eigenschappen: teelaarde, potgrond, kleipellets… Als u die goed kent, kunt u zo exact mogelijk inspelen op de doelstellingen bij de aanleg.

De verpakking van uw substraat kan variëren in functie van de productiedoelstellingen, het draagvermogen van de onthaalstructuur… Het is mogelijk te telen in bakken, in potten, in zakken van geotextiel, op doorlopende substraatlagen, in recuperatiespullen (flessen, buizen...).

Blootstelling aan wind

Wind is een parameter die vaak wordt verwaarloosd bij de aanleg van een dakmoestuin. Toch is de verankering van planten, vanaf een bepaalde hoogte en in functie van de stedenbouwkundige configuratie van de omgeving, absoluut noodzakelijk om de veiligheid van personen op de site te garanderen.

 

Naast milieufactoren variëren de teelttypes op daken afhankelijk van de te bereiken productiedoelstellingen. U dient dus goed uw behoeften te kennen want die bepalen de ontwikkeling en de indeling van het project.

 

Links en hulpmiddelen:

Wat is het gewicht van moestuinen?

Het gewicht van een moestuin hangt sterk af van de gebruikte techniek (zie Infofiche "Waar en hoe voedingsgewassen produceren in een vastgoedproject?" voor een overzicht van de technieken). Bij hydroponie zal het gewicht per m² vaak lager liggen dan dat van moestuinbakken en dat van een aquaponiesysteem. Vooraleer enige structuur te installeren is het dus absoluut noodzakelijk om het systeem correct te dimensioneren en ervoor te zorgen dat de onthaalstructuur (dak, balkon) zulke last kan dragen.

 

Moestuin in een bak

Bac Potager - Xavier Claes

Bac Potager – Xavier Claes

Het gewicht van moestuinbakken varieert afhankelijk van hun diepte, het type gebruikt materiaal en in welke mate ze verzadigd zijn met water. Er wordt aangeraden om een diepte te voorzien van minimaal 20 tot 30 cm voor klassieke groenteteelten. In dit geval zal een moestuin minimaal 150 kg/m² wegen als de aarde droog is, maar dat kan oplopen tot 400 kg/m² afhankelijk van de waterverzadiging. Om de belasting van uw moestuin te beperken kunt u lichtere materialen gebruiken, zoals zakken in geotextiel. Als u fruitbomen wilt telen, dient u een dikkere substraatlaag te voorzien dan wat vereist is voor het telen van groenten en kleinfruit.

 

 

 

Hydroponie

Hydroponie - Aquaponie - Université Gembloux Agro-Biotech

Hydroponie – Aquaponie – Université Gembloux Agro-Biotech

Dit is een vrij recente technologie voor bovengrondse productie. De gewassen worden geteeld op een neutraal en inert substraat en krijgen regelmatig een voedseloplossing verrijkt met nutriënten en minerale elementen. 

De installaties van een hydroponische moestuin kunnen een gewicht hebben dat lager ligt dan 150 kg/m² afhankelijk van de gekozen techniek. Dat is zo bij de teelttechniek op een voedingslaag (in het Engels Nutrient Film Technique of NFT).

 

 

 

 

 

Aquaponie

Aquaponie - Université Gembloux Agro-Biotech

Aquaponie – Université Gembloux Agro-Biotech

Bij aquaponie wordt het telen van planten (hydroponie) en het fokken van vissen (piscicultuur) gecombineerd en werken ze in een gesloten kring. De uitwerpselen van vissen worden via bacteriën omgevormd tot voedingsstoffen die planten kunnen opnemen. De aquaponische teelt is overal mogelijk omdat die geen bodem nodig heeft. Alleen moet u wel rekening houden met het gewicht van de structuur dat vlug kan oplopen. Want voor visbakken kan het waterpeil in sommige gevallen 1 meter bereiken, wat overeenstemt met 1000 kg/m².

 

 

 

 

Moestuindak

Moestuindaken zijn nog weinig te vinden in stadscontext, in tegenstelling tot groendaken van het niet-productieve type, intensief of extensief, die steeds meer aanwezig zijn op gebouwen. In beide gevallen is het dak bedekt met een membraan, dat de penetratie van wortels tegenhoudt,  een drainagelaag en een filterende laag die voorkomt dat fijn bezinksel in het draineersysteem terechtkomt. Die verschillende lagen dienen als afscheiding tussen de waterdichte laag van het dak en het substraat met de geteelde gewassen dat meestal van het organisch-minerale type is bij een moestuindak. In tegenstelling tot een groendak bestaat een moestuindak uit productieve soorten die op dezelfde manier worden geteeld als in volle grond. Het gewicht van een moestuindak zal globaal gezien hetzelfde zijn als dat van een moestuin in bakken en zal afhangen van de hoogte van de aarde. 

Kan je stadslandbouw beschouwen als een positieve factor op milieuvlak?

De impact van stadslandbouw, die opnieuw zorgt voor beplanting in de stad en die de ecologische stadsnetwerken verstevigt, is voelbaar op sociaal, economisch en milieuvlak. De impact hangt af van de mate waarin de werking ervan is geïntegreerd in het stadsweefsel en van het ontwikkelde model. Op milieuvlak kunnen talrijke positieve gevolgen genoemd worden:

Biodiversiteit: naast het esthetische aspect biedt stadslandbouw ondersteuning voor heel wat levende soorten. Bloemen en planten werken de aanwezigheid van insecten in de hand en die trekken op hun beurt vogels aan. Stadflora gaat dan weer bestuivers in stand houden die van cruciaal belang zijn voor de plantengroei. Hier ontwikkelt zich dus een microbiotoop in deze stadslandbouwprojecten die bijdraagt tot het groene netwerk in de steden.

Promotie van milieuvriendelijke praktijken

Beperking van de CO2-concentratie: bij de fotosynthese die zich voltrekt in alle gewassen wordt CO2 opgevangen en omgevormd tot O2. Dat zorgt voor een weliswaar beperkte maar toch niet te onderschatten vermindering van de ecologische afdruk in steden.

Regeling van de temperatuur in steden: de aanwezigheid van beplanting biedt frisse ruimten als compensatie voor het typische hitte-eilandeffect in steden.

Isolatie van gebouwen: een groendak biedt thermische bescherming die de temperatuur van de dakondersteuning het hele jaar door behoorlijk constant houdt, zomer en winter.

Recyclage (water, energie, afval): de systemen werken meestal met gesloten kringloop. De aanvoer van buitenaf wordt op die manier beperkt en het afval wordt lokaal gerevaloriseerd.

Absorptie van regenwater: via initiatieven tot vergroening van braakliggende terreinen, bermen, daken en sommige muren, werkt stadslandbouw infiltratie, evapotranspiratie en vertraging van regenwater naar het rioleringsnet (wanneer het wel degelijk gaat om irrigatie via regenwater) in de hand.

Let echter op dat u de juiste reflexen toepast om erosie op hellende terreinen niet in de hand te werken, bv. bij gebrek aan plantengroei na het oogsten.

Verbetering van de waterkwaliteit: groendaken spelen de rol van natuurlijke filter om water te zuiveren. Schadelijke stoffen (stof, benzeen, Pb, Cd, Cu…) in het regenwater worden opgevangen op groendaken, waardoor het gerecupereerde regenwater op natuurlijke wijze wordt gezuiverd.

Beperking van de uitstoot van broeikasgassen – werking met korte ketens: stadslandbouw werkt voedselautonomie in de hand. Wars van dit ietwat utopische concept is dit type landbouw bedoeld om opnieuw korte ketens te creëren tussen producenten en consumenten. Die doelstelling is een echte troef voor het milieu omdat die de ecologische voetafdruk verbonden met transport en distributie van landbouwproducten aanzienlijk beperkt.

 

Meer info vindt u in de Gids duurzame gebouwen.

Zijn verticale wanden ook geschikt voor voedselproductie?

Verticale wanden zijn volwaardige ecosystemen die, afhankelijk van de oriëntatie en de samenstelling, als scherm werken tegen vervuiling, slecht weer, geluid en zon. In de stad vervullen ze de rol van groene corridors die het stadsweefsel gezonder en mooier maken. Naast het esthetische en milieuvriendelijke aspect kunnen deze groene wanden ook productie genereren. Zo is het perfect mogelijk om fruit en groenten te telen op plekken waar er een gebrek is aan ruimte op de begane grond. Dit is een volwaardig alternatief voor de verarming van gewassen in de stad.

De voedselproductiviteit van deze wanden zal onder meer afhangen van de gekozen soorten. Er zijn allerhande gewassen mogelijk: bladgroenten (spinazie, veldsla, snijbiet), kruiden, groenten-fruit (paprika’s, tomaten…).

Er bestaan drie types groene wanden:

  • Klimsystemen:

    Dat zijn traditionele systemen op basis van gewassen die in de bodem geplant worden en die men laat groeien tegen een muur, een metaalgaas of een rasterwerk. Hiertegen kunnen klimplanten (wingerd, hop, kiwi…), opgebonden fruitbomen of klimgroenten (boontjes, erwtjes, komkommer...) groeien.

  • Hangsystemen:

    Die techniek bestaat erin de planten onmiddellijk in de wand te integreren. Concreet wordt de façade bekleed met verscheidene dragers in vinyl, vilt of doek. De planten worden vervolgens op verschillende hoogtes geplant, terwijl een buizensysteem zorgt voor het aanbrengen en afvoeren van water. Dit systeem is meer geschikt voor sierbeplanting. Het kan ook gebruikt worden voor productieve planten met een vrij lange groeicyclus zoals bv. aardbeien.

  • Verticale moestuinen:

    Voor planten met een korte cyclus (bv. sla, kruiden…) is het beter om voor een soort "laagjessysteem" te opteren. Dan kan u makkelijk nieuwe planten oogsten en verplanten op het vlakke oppervlak van elke laag.

Naast hun productiecapaciteit hebben groene wanden ook volgende troeven:

  • Esthetiek: ze bieden gegarandeerd een frisse groene toets aan het uitzicht en kunnen een lelijke muur mooi camoufleren.
  • Isolatie: geluid.
  • Toename van de levensduur van een façade door ze te beschermen tegen de weersomstandigheden (wind, regen, temperatuurverschillen) en tegen vuur.

Toch zijn er ook enkele aandachtspunten:

  • Onderhoud: de muur vraagt om follow-up, net als een tuin (planten snoeien, goten schoonmaken…).
  • Prijs: afhankelijk van de gekozen technieken kunnen verticale tuinen prijzig zijn. Ze kunnen variëren van 500€/m² voor eenvoudige systemen tot 5000€/m² voor computergestuurde irrigatiesystemen.
  • Licht: de planten moeten onder controle gehouden worden om te vermijden dat ze licht wegnemen bij het begroeien van vensters, zowel binnen als buiten.

Hoe wordt de integratie in de stedelijke omgeving gevaloriseerd?

Landbouw in de stad biedt een reële meerwaarde: sociaal, economisch en op het vlak van milieu. De landbouw kan ook bijdragen tot de kwaliteit van de landschappen, wanneer hij zich ontwikkelt op een natuurlijke site die mede door deze activiteit in stand gehouden wordt. Hij is ook een waarborg voor een goed evenwicht in de functionaliteit van de stad en het behoud van een redelijke verstedelijking en dichtheid.

Enkele aspecten die men in overweging moet nemen voor een kwaliteitsvolle ordening en een goede integratie in de omgeving:

  • Denken aan de natuur van de site en haar plantaardige kenmerken: Vraagt het project een ingrijpende wijziging van het bodemreliëf? Een wijziging van het uitzicht? Blijft de bestaande vegetatie gehandhaafd? Voor deze ingrepen moet een stedenbouwkundige vergunning aangevraagd worden (zie Infofiche "Welke vergunningen zijn nodig voor een stadslandbouwproject?", rubriek Reglementaire informatie), waarbij onder meer de aspecten inzake landschap, esthetica (al dan niet bebouwd) en biodiversiteit onderzocht zullen worden. Deze vergunning wordt "uniek" genoemd als ze betrekking heeft op een beschermd goed of een beschermde site (omdat ze een luik erfgoed omvat – zie Infofiche "Wat zijn de specifieke verplichtingen voor een beschermde site?", rubriek Reglementaire informatie).
  • De noodzakelijke inrichtingen zo goed mogelijk integreren: Zijn de noodzakelijke inrichtingen voor de activiteit reeds aanwezig op de site, of biedt deze de mogelijkheid tot constructie of harmonieuze herbestemming van het gebouwde? Welke behoeften zijn er tot opstelling van diverse inrichtingen, afsluitingen, modules en bouwwerken? Hoe is de directe omgeving van de site samengesteld? Wat grenst eraan?Deze inrichtingen zullen ook onderworpen zijn aan een stedenbouwkundige vergunning, behalve in zeer specifieke en beperkte gevallen bij handelingen en werken van zogenaamde "geringe omvang" (zie Infofiche "Welke vergunningen zijn nodig voor een stadslandbouwproject?", rubriek Reglementaire informatie).

    Afhankelijk van de te ondernemen activiteit kan in voorkomend geval een milieuvergunning vereist zijn (zie Infofiche "Welke vergunningen zijn nodig voor een stadslandbouwproject?", rubriek Reglementaire informatie).

  • Bevorderen van bereikbaarheid en goede relaties met de buurtschap: Wordt de site momenteel bediend door een toegangsweg, en voor welke gebruikers? Welk wagenpark wordt gepland? Impliceert dit specifieke maatregelen? Moeten residentiële wijken doorkruist worden, waar meestal rust gewenst is? Is de site ingesloten en is er doorgang over het terrein van een derde nodig, wat erfdienstbaarheid zou impliceren? Zullen er luidruchtige machines gebruikt worden? En indien ja, welke gebruiksmomenten worden voorgesteld?

Voor de beste antwoorden op deze en ook alle andere vragen die dit project oproept, zijn een aanlegschema met daarin de site en haar onmiddellijke omgeving, evenals een beheersplan onmisbaar.

Lucht- en watervervuiling: wat is de impact op de gewassen?

In de stad zijn de mogelijke bronnen van vervuiling voor het telen van fruit en groenten talrijk: via lucht, water en de bodem. Die laatste bron van vervuiling komt aan bod in Infofiche "Waar en hoe voedingsgewassen produceren in een vastgoedproject?"

De belangrijkste vervuilende stoffen waar men bij stadsteelt mee geconfronteerd wordt, zijn zware metalen, PAK’s, VOS en pesticiden. De impact ervan op de gewassen kan sterk variëren: beperking van het rendement, aantasting van de kwaliteit door sommige vervuilende stoffen zoals hardnekkige PAK’s die zich in het plantenweefsel kunnen opstapelen, aantasting van de bodemkwaliteit… Parallel kan de reactie van gewassen op verschillende types en bronnen van vervuiling variëren naargelang de soort en zelfs binnen een soort.

Gedetailleerde informatie over de soorten vervuiling, de oorsprong ervan, de risico’s die ermee verbonden zijn en de manier om er zich tegen te beschermen, is te vinden in volgende documenten:

Hoe de ontwikkeling van een vastgoedproject (woningen, kantoren) rijmen met stadslandbouw? Welke argumenten?

Wanneer een vastgoedproject met integratie van stadslandbouw goed uitgedacht is, heeft dat zowel ecologische als economische en sociale voordelen. Vastgoedpromotoren en bewoners van flatgebouwen kunnen onmiddellijk profiteren van die voordelen (zie Infofiches "Wat zijn de voordelen voor de vastgoedpromotor om installaties voor stadslandbouw te voorzien in het gebouw?" en "Wat zijn de voordelen van stadslandbouw voor bewoners van de gebouwen?", rubriek Advies over de businessmodellen).

Stadslandbouw kan een vastgoedproject dus opwaarderen, of het nu gaat om woningen of kantoren. Het levert een sterke toegevoegde waarde voor de leefomgeving van de bewoners en de werknemers.

Momenteel zijn tal van technieken beschikbaar om onderbenutte ruimten, zoals daken, kelders of vervuilde braakliggende terreinen, te exploiteren (zie specifieke vragen: Infofiches "Waar en hoe voedingsgewassen produceren in een vastgoedproject?" en "Wat is het gewicht van moestuinen?", rubriek Bovengronds – Technische informatie).

Verscheidene voorbeelden die bouw en landbouw verenigen zijn nu al zichtbaar in Brussel en in het buitenland. Het gaat om residentiële vastgoedprojecten, industriële gebouwen en ziekenhuizen.

Neobuild Innovation Living Lab

Neobuild Innovation Living Lab

 

Ontwerp van een serre op het dak van een gebouw in Luxemburg.

 

 

 

 

 

 

Xavier Claes

Xavier Claes

 

Kippenhok in de wijk, Le Logis-Floréal.

 

 

 

 

 

Green SURF

Green SURF

 

Aanleg van boomgaard en moestuin op het dak van het Chirec-ziekenhuis in Brussel.

 

 

 

 

 

Quartier Durable Citoyen Cité Modèle

Quartier durable citoyen Cité modèle

 

Modelwijk in Laken – complex met sociale woningen, heringericht met een moestuin, boomgaard, bijenkorven en een compostsysteem.

 

 

 

 

 

GoodPlanet Belgium – projet de Jardin intergénérationnel au CPAS St Josse

GoodPlanet Belgium – projet de Jardin intergénérationnel au CPAS de Saint-Josse

 

Het Kleine Paradijs – Intergenerationele moestuin in een rusthuis. OCMW Sint-Joost.

De Facilitator voor Stadslandbouw is een initiatief 

van Leefmilieu Brussel en Brussel Economie en Werkgelegenheid.

Technische informatie
Technische informatie
Technische informatie
Aller au contenu principal - Overslaan en naar de inhoud gaan