Facilitator voor Stadslandbouw

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief !

Technische informatie

#ondernemers #vollegrond #techniek

 

semisXavier Claes
Waar en hoe voedingsgewassen produceren in een vastgoedproject?

Er zijn tal van mogelijkheden om eetbare planten in te passen in een vastgoedproject. Dat kan op platte daken, wanden, binnenpleinen, tuinen, de binnenkant van huizenblokken, kelders, terrassen, indoor-ruimten, vensterbanken… Bij de keuze van de plek en het type techniek zijn de specifieke behoeften van planten aan licht, temperatuur, water, voedingsstoffen en luchtverversing (evenwicht O2-CO2) belangrijk. U dient ook rekening te houden met de risico’s op besmetting die gepaard gaan met vervuilende stoffen. Want om geschikt te zijn voor consumptie moeten deze planten groeien in een omgeving die vrij is van toxische stoffen voor menselijke voeding. Informatie over de mogelijke bronnen van vervuiling is beschikbaar in Infofiche "Hoe de mogelijke bodemvervuiling bepalen bij het telen in volle grond?" en in de themafiche: "Zijn er risico’s verbonden aan het telen in de stad?"

Naast die basisbehoeften hebben planten ook volgende zaken nodig: 

  • ruimte om te kunnen groeien, zowel bovengronds als ondergronds;
  • andere bevestigingen dan wortelverankering voor sommige planten zoals bv. klimplanten;
  • bescherming tegen plagen, ziekteverwekkers en fytotoxische stoffen. 

Tal van landbouwproductietechnieken zijn in te passen in een vastgoedproject, rekening houdend met de context, de doelstellingen van het project en de afmetingen van de beschikbare ruimte.

Afhankelijk van de plek in het gebouw zullen bepaalde productietechnieken de voorkeur krijgen boven andere.

 

Volle grond

Pleine terre - Green SURF - Potager de l’asbl Tremplin (Charleroi)

Pleine terre – Green SURF – Potager de l’asbl Tremplin (Charleroi)

Aan de binnenkant van huizenblokken, in tuinen en aan de voet van gebouwen is het telen in volle grond het makkelijkst, als de bodemtoestand het toestaat. U dient in dat geval voor een compostsysteem te opteren waarmee u makkelijk natuurlijke mest kunt aanmaken. Het kan ook interessant zijn om een systeem voor waterrecuperatie te voorzien om de gewassen te irrigeren. Let wel op met het type bedekking, want dat kan mogelijk een bron van vervuiling zijn. 

 

 

 

 

 

Op bruikbare plekken zonder rechtstreeks contact met de aarde (platte daken, balkons, terrassen…) of op vervuilde bodems, zijn zogenaamde bovengrondsetechnieken te overwegen. De gewassen worden er geteeld in een gereconstrueerde omgeving die losstaat van de grond. Die technieken hebben dus geen aardbodem nodig en kunnen overal geïnstalleerd worden.

 

Moestuin in een bak

Bac Potager – Xavier Claes

Bac Potager – Xavier Claes

Door te telen in bakken kan het aanplanten van groenten op hoger niveau gebeuren. Zo is er geen rechtstreeks contact meer met de bodem. De aarde in de bakken bestaat uit teelaarde en organische elementen die onmisbaar zijn voor de groei van gewassen. Die kunnen zowel op het dak, op een terras als in volle grond ingeplant worden. Het telen in moestuinbakken is zowel bruikbaar voor professionele doeleinden als voor de eigen productie. Voor privé en collectieve projecten kunnen de bakken de vorm aannemen van zakken in geotextiel, recuperatiespullen…

Meer informatie is beschikbaar in de fiche "Telen in bakken of potten"

 

 

 

Moestuindaken 

Daken lenen zich perfect tot moestuin zonder het gebruik van bakken. De aarde wordt rechtstreeks op het dak van het gebouw verspreid, bovenop een beschermlaag die de waterdichtheid van het dak garandeert. Die waterdichte laag kan in verschillende materialen uitgevoerd zijn: geotextiel, beton, PVC-platen… 

Moestuindaken zijn nog relatief zeldzaam, in tegenstelling tot groendaken van het niet-eetbare type, die steeds populairder worden in vastgoedprojecten.

 

Aquaponische teelt

Aquaponie – Université Gembloux Agro-Biotech

Aquaponie – Université Gembloux Agro-Biotech

In aquaponische teelt wordt het telen van planten (hydroponie) en het telen van vissen (piscicultuur) gecombineerd. De uitwerpselen van vissen worden via bacteriën omgevormd tot voedingsstoffen die planten kunnen opnemen. 

 

 

 

 

 

Hydroponie 

Hydroponie – Aquaponie – Université Gembloux Agro-Biotech

Hydroponie – Aquaponie – Université Gembloux Agro-Biotech

Met deze techniek kunt u planten telen op een neutraal en inert substraat. De planten worden gevoed door een oplossing verrijkt met voedingstoffen en -elementen. De gesloten kring zorgt voor het optimale gebruik van water en voedingselementen. Hydroponie kan zowel binnen als buiten gebeuren.

 

 

 

 

 

 

Naast die verschillende bovengrondse technieken zijn er ook nog de zogenaamde indoor-teelten die verwijzen naar de productie van dier- en plantensoorten binnen in gebouwen. Verschillende types productie zijn hier mogelijk: het telen van champignons, insecten, kleine aquaponiesystemen, groene wanden… Ten slotte kunnen de muren van een gebouw ook gebruikt worden om er klimsystemen, opgebonden bomen of hangsystemen te installeren. De eerste twee systemen kunnen in volle grond of bovengronds uitgevoerd worden, via het gebruik van bakken. Wilt u meer informatie over het benutten van verticale wanden? Raadpleeg dan Infofiche "Zijn verticale wanden ook geschikt voor voedselproductie?"

 

Meer informatie over de voorwaarden voor gebouwen is beschikbaar in de Gids duurzame gebouwen.

Wie kan me helpen bij het zoeken naar technieken voor plantenproductie en de integratie ervan in, boven of rond het gebouw?

Er bestaan verscheidene technieken om gewassen te telen: productie in volle aarde, bovengrondse productie in bakken, hydroponische productie of aquaponische productie… De verschillende technieken vereisen een expertise en knowhow waarbij de tussenkomst van professionals nuttig kan zijn.

Belangrijke factoren waarmee u rekening moet houden in zulke projecten zijn enerzijds welke gewassen u wil telen en anderzijds de omgevingsvereisten, of die nu legaal, stedenbouwkundig zijn of gebonden aan de onthaalinfrastructuur van het project. Ook de doelstellingen van het project zullen doorslaggevend zijn.

Planten hebben licht, water, voedingsstoffen en een draagstructuur nodig om goed te kunnen groeien. Die behoeften moeten beoordeeld worden in de context waarin het project plaatsvindt. De mensen die het best in staat zijn om u te richten bij de keuze van de techniek en de teeltpraktijken zijn mensen met een landbouwopleiding (landbouwkundige ingenieurs, plantendeskundigen, tuinbouwers, moestuinmeesters, boomkwekers…). Met hun kennis kunnen ze u begeleiden bij de keuze van de te telen gewassen, in welk seizoen, de combinatie van gewassen, de aangewezen wisselteelt, de ziekteverwekkers om te bestrijden en de meest geschikte en milieuvriendelijke bestrijdingstechnieken. U kunt ook specifieke informatie vinden in de infofiches beschikbaar op de website van Leefmilieu Brussel:
https://leefmilieu.brussels/themas/voeding/zelf-kweken/tips-om-de-stad-te-kweken/infofiches-om-te-telen-de-stad.

Vooraleer een eigen teeltactiviteit op te starten, professioneel of voor eigen gebruik, kan het nuttig zijn om een opleiding te volgen over de verschillende aspecten van stadslandbouw. Verscheidene verenigingen stellen professionele vormingen of educatieve workshops voor.

Tal van actoren actief in opleiding en het telen van eetbare gewassen zijn te vinden op de portaalsite van Good Food (rubriek "Actoren"):
https://goodfood.brussels/nl/ressources.

Naast de technische expertise voor de gewasproductie loont het ook de moeite om het project vanuit landschaps- en stedenbouwkundig oogpunt te bekijken, om landbouwprojecten beter te integreren in de stedelijke omgeving en wetgeving.

Voor vereisten eigen aan het gebouw, met name draagvermogen, watercapaciteit, waterrecyclage en afvalbeheer, zijn architecten, bouwkundige ingenieurs, ingenieurs speciale technieken en leveranciers van materialen het best geplaatst om vragen te beantwoorden.

Naast technische vaklui zijn er professionals in ondernemersbegeleiding en bedrijven gespecialiseerd in advies en ondersteuning bij het installeren van productiesystemen voor stadslandbouw, aanwezig in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Zij kunnen de sleutels aanreiken om een project op te starten en te laten werken.

Enkele van die actoren zijn ook te vinden op de portaalsite van Good Food.

Kan je stadslandbouw beschouwen als een positieve factor op milieuvlak?

De impact van stadslandbouw, die opnieuw zorgt voor beplanting in de stad en die de ecologische stadsnetwerken verstevigt, is voelbaar op sociaal, economisch en milieuvlak. De impact hangt af van de mate waarin de werking ervan is geïntegreerd in het stadsweefsel en van het ontwikkelde model. Op milieuvlak kunnen talrijke positieve gevolgen genoemd worden:

Biodiversiteit: naast het esthetische aspect biedt stadslandbouw ondersteuning voor heel wat levende soorten. Bloemen en planten werken de aanwezigheid van insecten in de hand en die trekken op hun beurt vogels aan. Stadflora gaat dan weer bestuivers in stand houden die van cruciaal belang zijn voor de plantengroei. Hier ontwikkelt zich dus een microbiotoop in deze stadslandbouwprojecten die bijdraagt tot het groene netwerk in de steden.

Promotie van milieuvriendelijke praktijken

Beperking van de CO2-concentratie: bij de fotosynthese die zich voltrekt in alle gewassen wordt CO2 opgevangen en omgevormd tot O2. Dat zorgt voor een weliswaar beperkte maar toch niet te onderschatten vermindering van de ecologische afdruk in steden.

Regeling van de temperatuur in steden: de aanwezigheid van beplanting biedt frisse ruimten als compensatie voor het typische hitte-eilandeffect in steden.

Isolatie van gebouwen: een groendak biedt thermische bescherming die de temperatuur van de dakondersteuning het hele jaar door behoorlijk constant houdt, zomer en winter.

Recyclage (water, energie, afval): de systemen werken meestal met gesloten kringloop. De aanvoer van buitenaf wordt op die manier beperkt en het afval wordt lokaal gerevaloriseerd.

Absorptie van regenwater: via initiatieven tot vergroening van braakliggende terreinen, bermen, daken en sommige muren, werkt stadslandbouw infiltratie, evapotranspiratie en vertraging van regenwater naar het rioleringsnet (wanneer het wel degelijk gaat om irrigatie via regenwater) in de hand.

Let echter op dat u de juiste reflexen toepast om erosie op hellende terreinen niet in de hand te werken, bv. bij gebrek aan plantengroei na het oogsten.

Verbetering van de waterkwaliteit: groendaken spelen de rol van natuurlijke filter om water te zuiveren. Schadelijke stoffen (stof, benzeen, Pb, Cd, Cu…) in het regenwater worden opgevangen op groendaken, waardoor het gerecupereerde regenwater op natuurlijke wijze wordt gezuiverd.

Beperking van de uitstoot van broeikasgassen – werking met korte ketens: stadslandbouw werkt voedselautonomie in de hand. Wars van dit ietwat utopische concept is dit type landbouw bedoeld om opnieuw korte ketens te creëren tussen producenten en consumenten. Die doelstelling is een echte troef voor het milieu omdat die de ecologische voetafdruk verbonden met transport en distributie van landbouwproducten aanzienlijk beperkt.

 

Meer info vindt u in de Gids duurzame gebouwen.

Zijn verticale wanden ook geschikt voor voedselproductie?

Verticale wanden zijn volwaardige ecosystemen die, afhankelijk van de oriëntatie en de samenstelling, als scherm werken tegen vervuiling, slecht weer, geluid en zon. In de stad vervullen ze de rol van groene corridors die het stadsweefsel gezonder en mooier maken. Naast het esthetische en milieuvriendelijke aspect kunnen deze groene wanden ook productie genereren. Zo is het perfect mogelijk om fruit en groenten te telen op plekken waar er een gebrek is aan ruimte op de begane grond. Dit is een volwaardig alternatief voor de verarming van gewassen in de stad.

De voedselproductiviteit van deze wanden zal onder meer afhangen van de gekozen soorten. Er zijn allerhande gewassen mogelijk: bladgroenten (spinazie, veldsla, snijbiet), kruiden, groenten-fruit (paprika’s, tomaten…).

Er bestaan drie types groene wanden:

  • Klimsystemen:

    Dat zijn traditionele systemen op basis van gewassen die in de bodem geplant worden en die men laat groeien tegen een muur, een metaalgaas of een rasterwerk. Hiertegen kunnen klimplanten (wingerd, hop, kiwi…), opgebonden fruitbomen of klimgroenten (boontjes, erwtjes, komkommer...) groeien.

  • Hangsystemen:

    Die techniek bestaat erin de planten onmiddellijk in de wand te integreren. Concreet wordt de façade bekleed met verscheidene dragers in vinyl, vilt of doek. De planten worden vervolgens op verschillende hoogtes geplant, terwijl een buizensysteem zorgt voor het aanbrengen en afvoeren van water. Dit systeem is meer geschikt voor sierbeplanting. Het kan ook gebruikt worden voor productieve planten met een vrij lange groeicyclus zoals bv. aardbeien.

  • Verticale moestuinen:

    Voor planten met een korte cyclus (bv. sla, kruiden…) is het beter om voor een soort "laagjessysteem" te opteren. Dan kan u makkelijk nieuwe planten oogsten en verplanten op het vlakke oppervlak van elke laag.

Naast hun productiecapaciteit hebben groene wanden ook volgende troeven:

  • Esthetiek: ze bieden gegarandeerd een frisse groene toets aan het uitzicht en kunnen een lelijke muur mooi camoufleren.
  • Isolatie: geluid.
  • Toename van de levensduur van een façade door ze te beschermen tegen de weersomstandigheden (wind, regen, temperatuurverschillen) en tegen vuur.

Toch zijn er ook enkele aandachtspunten:

  • Onderhoud: de muur vraagt om follow-up, net als een tuin (planten snoeien, goten schoonmaken…).
  • Prijs: afhankelijk van de gekozen technieken kunnen verticale tuinen prijzig zijn. Ze kunnen variëren van 500€/m² voor eenvoudige systemen tot 5000€/m² voor computergestuurde irrigatiesystemen.
  • Licht: de planten moeten onder controle gehouden worden om te vermijden dat ze licht wegnemen bij het begroeien van vensters, zowel binnen als buiten.
Hoe wordt de integratie in de stedelijke omgeving gevaloriseerd?

Landbouw in de stad biedt een reële meerwaarde: sociaal, economisch en op het vlak van milieu. De landbouw kan ook bijdragen tot de kwaliteit van de landschappen, wanneer hij zich ontwikkelt op een natuurlijke site die mede door deze activiteit in stand gehouden wordt. Hij is ook een waarborg voor een goed evenwicht in de functionaliteit van de stad en het behoud van een redelijke verstedelijking en dichtheid.

Enkele aspecten die men in overweging moet nemen voor een kwaliteitsvolle ordening en een goede integratie in de omgeving:

  • Denken aan de natuur van de site en haar plantaardige kenmerken: Vraagt het project een ingrijpende wijziging van het bodemreliëf? Een wijziging van het uitzicht? Blijft de bestaande vegetatie gehandhaafd? Voor deze ingrepen moet een stedenbouwkundige vergunning aangevraagd worden (zie Infofiche "Welke vergunningen zijn nodig voor een stadslandbouwproject?", rubriek Reglementaire informatie), waarbij onder meer de aspecten inzake landschap, esthetica (al dan niet bebouwd) en biodiversiteit onderzocht zullen worden. Deze vergunning wordt "uniek" genoemd als ze betrekking heeft op een beschermd goed of een beschermde site (omdat ze een luik erfgoed omvat – zie Infofiche "Wat zijn de specifieke verplichtingen voor een beschermde site?", rubriek Reglementaire informatie).
  • De noodzakelijke inrichtingen zo goed mogelijk integreren: Zijn de noodzakelijke inrichtingen voor de activiteit reeds aanwezig op de site, of biedt deze de mogelijkheid tot constructie of harmonieuze herbestemming van het gebouwde? Welke behoeften zijn er tot opstelling van diverse inrichtingen, afsluitingen, modules en bouwwerken? Hoe is de directe omgeving van de site samengesteld? Wat grenst eraan?

    Deze inrichtingen zullen ook onderworpen zijn aan een stedenbouwkundige vergunning, behalve in zeer specifieke en beperkte gevallen bij handelingen en werken van zogenaamde "geringe omvang" (zie Infofiche "Welke vergunningen zijn nodig voor een stadslandbouwproject?", rubriek Reglementaire informatie).

    Afhankelijk van de te ondernemen activiteit kan in voorkomend geval een milieuvergunning vereist zijn (zie Infofiche "Welke vergunningen zijn nodig voor een stadslandbouwproject?", rubriek Reglementaire informatie).

  • Bevorderen van bereikbaarheid en goede relaties met de buurtschap: Wordt de site momenteel bediend door een toegangsweg, en voor welke gebruikers? Welk wagenpark wordt gepland? Impliceert dit specifieke maatregelen? Moeten residentiële wijken doorkruist worden, waar meestal rust gewenst is? Is de site ingesloten en is er doorgang over het terrein van een derde nodig, wat erfdienstbaarheid zou impliceren? Zullen er luidruchtige machines gebruikt worden? En indien ja, welke gebruiksmomenten worden voorgesteld?

Voor de beste antwoorden op deze en ook alle andere vragen die dit project oproept, zijn een aanlegschema met daarin de site en haar onmiddellijke omgeving, evenals een beheersplan onmisbaar.

Lucht- en watervervuiling: wat is de impact op de gewassen?

In de stad zijn de mogelijke bronnen van vervuiling voor het telen van fruit en groenten talrijk: via lucht, water en de bodem. Die laatste bron van vervuiling komt aan bod in Infofiche "Waar en hoe voedingsgewassen produceren in een vastgoedproject?"

De belangrijkste vervuilende stoffen waar men bij stadsteelt mee geconfronteerd wordt, zijn zware metalen, PAK’s, VOS en pesticiden. De impact ervan op de gewassen kan sterk variëren: beperking van het rendement, aantasting van de kwaliteit door sommige vervuilende stoffen zoals hardnekkige PAK’s die zich in het plantenweefsel kunnen opstapelen, aantasting van de bodemkwaliteit… Parallel kan de reactie van gewassen op verschillende types en bronnen van vervuiling variëren naargelang de soort en zelfs binnen een soort.

Gedetailleerde informatie over de soorten vervuiling, de oorsprong ervan, de risico’s die ermee verbonden zijn en de manier om er zich tegen te beschermen, is te vinden in volgende documenten:

Hoe de mogelijke bodemvervuiling bepalen bij het telen in volle grond?

Door de diversiteit van de industriële en andere activiteiten in heden en verleden is de bodem in steden vaak meer vervuild dan die op het platteland.

De bodem wordt beschouwd als vervuild als die abnormale concentraties aan chemische verbindingen bevat, zoals pesticiden, koolwaterstoffen, zware metalen en vluchtige organische stoffen die mogelijk de gezondheid van planten, dieren of de mens in gevaar kunnen brengen. Planten zullen niet allemaal op dezelfde manier reageren op vervuiling. Zo zullen fruit en groenten minder gevoelig zijn voor verontreinigende stoffen dan wortelgroenten. Bladgroenten en kruiden zijn dan weer zeer gevoelig voor vervuiling en slagen die in grote mate op.

De gezondheidsrisico’s verbonden met vervuiling worden in detail behandeld in volgende studie L’incidence des pollutions urbaines sur les productions alimentaires en ville (2013, Greenloop).

In Brussel is een systeem ingevoerd om vervuilde percelen te identificeren en ze correct op te volgen. Dit systeem is ingedeeld in 6 stappen:

  • Stap 1: Raadpleeg de Kaart van de bodemtoestand
    Deze kaart wordt regelmatig geactualiseerd en bevat alle gevalideerde kadastrale percelen en diegene waarvoor Leefmilieu Brussel over geverifieerde informatie beschikt in verband met de bodemkwaliteit. De percelen zijn er ingedeeld in functie van hun vervuilingstoestand. De kaart met de bodemtoestand is beschikbaar via volgende link: http://geoportal.ibgebim.be/webgis/bodemtoestand.phtml
  • Stap 2: Observeer het terrein en leer het kennen
  • Stap 3: Kies een laboratorium
  • Stap 4: Neem een bodemstaal in uw moestuin
  • Stap 5: Laat het bodemstaal analyseren
  • Stap 6: Interpreteer de resultaten

Dit proces in 6 stappen wordt gedetailleerd beschreven in de Praktische gids bodemanalyse voor telen in de stad, samengesteld door Leefmilieu Brussel.

Parallel kunt u contact opnemen met de dienst Bodemfacilitator van Leefmilieu Brussel voor alle vragen over bodemkwesties:

https://leefmilieu.brussels/themas/bodem/bodemfacilitator-en-commissie/bodemfacilitator

U moet wel opletten wanneer een perceel niet als vervuild is geïnventariseerd. Ook in dat geval is het beter om een bodemanalyse uit te voeren. Deze kaart is immers niet exhaustief, want de vervuilingstoestand van een bodem moet gevalideerd worden vooraleer in de inventaris van de bodemtoestand te kunnen voorkomen. Een goede indicator van de vervuilingstoestand van een bodem is de voorgeschiedenis ervan. Zo is het beter om de teelt in volle grond niet op te starten op een terrein dat boordevol bouwafval, assen… heeft gelegen. Als u de historiek van een perceel kent, kunt u de mogelijke risico’s op vervuiling ervan identificeren en het gebruik ervan aanpassen aan die analyses.

Wanneer een perceel vervuild blijkt, zijn twee opties mogelijk. De eerste bestaat erin de bodem te behandelen met depollutiemethoden, zoals uitgraving of gestimuleerde biodegradatie. De tweede is te opteren voor bodemonafhankelijke teeltmethoden die overal te installeren zijn (bodem, daken, kelders, serres…). Telen in moestuinbakken is een perfect alternatief. Let er alleen op dat u geen vervuilde grond gaat gebruiken.

Hoe de ontwikkeling van een vastgoedproject (woningen, kantoren) rijmen met stadslandbouw? Welke argumenten?

Wanneer een vastgoedproject met integratie van stadslandbouw goed uitgedacht is, heeft dat zowel ecologische als economische en sociale voordelen. Vastgoedpromotoren en bewoners van flatgebouwen kunnen onmiddellijk profiteren van die voordelen (zie Infofiches "Wat zijn de voordelen voor de vastgoedpromotor om installaties voor stadslandbouw te voorzien in het gebouw?" en "Wat zijn de voordelen van stadslandbouw voor bewoners van de gebouwen?", rubriek Advies over de businessmodellen).

Stadslandbouw kan een vastgoedproject dus opwaarderen, of het nu gaat om woningen of kantoren. Het levert een sterke toegevoegde waarde voor de leefomgeving van de bewoners en de werknemers.

Momenteel zijn tal van technieken beschikbaar om onderbenutte ruimten, zoals daken, kelders of vervuilde braakliggende terreinen, te exploiteren (zie specifieke vragen: Infofiches "Waar en hoe voedingsgewassen produceren in een vastgoedproject?" en "Wat is het gewicht van moestuinen?", rubriek Bovengronds – Technische informatie).

Verscheidene voorbeelden die bouw en landbouw verenigen zijn nu al zichtbaar in Brussel en in het buitenland. Het gaat om residentiële vastgoedprojecten, industriële gebouwen en ziekenhuizen.

Neobuild Innovation Living Lab

Neobuild Innovation Living Lab

 

Ontwerp van een serre op het dak van een gebouw in Luxemburg.

 

 

 

 

 

 

Xavier Claes

Xavier Claes

 

Kippenhok in de wijk, Le Logis-Floréal.

 

 

 

 

 

Green SURF

Green SURF

 

Aanleg van boomgaard en moestuin op het dak van het Chirec-ziekenhuis in Brussel.

 

 

 

 

 

Quartier Durable Citoyen Cité Modèle

Quartier durable citoyen Cité modèle

 

Modelwijk in Laken – complex met sociale woningen, heringericht met een moestuin, boomgaard, bijenkorven en een compostsysteem.

 

 

 

 

 

GoodPlanet Belgium – projet de Jardin intergénérationnel au CPAS St Josse

GoodPlanet Belgium – projet de Jardin intergénérationnel au CPAS de Saint-Josse

 

Het Kleine Paradijs – Intergenerationele moestuin in een rusthuis. OCMW Sint-Joost.

Hoe vind ik een beschikbaar terrein dat geschikt is voor mijn professioneel landbouwproject?

U moet uw zoekcriteria duidelijk formuleren, zodat u weet wat u zoekt. Bovendien bestaat er geen website waar alle leegstaande terreinen op een rijtje worden gezet.

U kunt toegang krijgen tot een terrein door er de eigendom van te verwerven (koop) of door terbeschikkingstelling door de eigenaar (huur) of huurder (onderhuur). In het geval van terbeschikkingstelling bestaan er tal van contractvormen, van een pachtovereenkomst tot een bruikleenovereenkomst of een gratis tenancy at will-overeenkomst.

Bent u op zoek naar een beschikbaar en geschikt terrein in Brussel, dan raden we u aan de volgende drie stappen te zetten:

  1. Leg duidelijk vast wat uw zoekcriteria zijn en in welke zone(s) u uw project zou willen starten.
  2. Zorg dat u een idee hebt van de mogelijkheden in de geselecteerde zones door het grondgebied cartografisch te benaderen.
  3. Ga ter plaatse kijken en leg contact met de lokale landbouwers, de omwonenden, de notarissen, de gemeentelijke verkozenen, het OCMW, de kerkfabriek, de ambassadeurs van Terre-en-vue, de privé-eigenaars.
  1. Leg uw zoekcriteria duidelijk vast
    Om uw zoekcriteria te bepalen, moet u een duidelijke definitie van uw project hebben. Om uw project te definiëren, kunt u gebruikmaken van basisvragen die via het acroniem "WWHWWW" kunnen worden samengevat: Wat? Wie? Hoe? Waar? Wanneer? Waarom?
    Door de vraag "Wat" te beantwoorden, kunt u de doelstellingen van uw project duidelijk verwoorden. "Wie" definieert de projectdrager(s) en "Hoe" geeft aan op welke wijze u uw doelstellingen zult behalen en welke methodes u daarvoor toepast. Bepaal de methodes voor de productie, oogst, distributie, eventuele verwerking enz. De vraag "Wanneer" verplicht u ertoe een planning op te stellen, terwijl u via "Waarom" uw motivatie leert verduidelijken. De vraag "Waar" verplicht u er telkens toe te verifiëren of de zones beantwoorden aan de antwoorden die u op de voorgaande vragen gegeven heeft.
  1. De mogelijkheden in de geselecteerde zones
    Van de potentieel interessante percelen voor stadslandbouw in het BHG (zie studie van Terre-en-vue op de portaalsite Good Food), is de helft eigendom van overheidsinstellingen.

    Bent u op zoek naar een landbouwterrein, dan kunt u heel wat informatie vinden op de geografische portal van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (www.brugis.be). Op deze site kunt u heel wat belangrijke informatie vinden: de bestemming van de terreinen in het Gewestelijk Bestemmingsplan (GBP) en de voorschriften die ermee gepaard gaan, de reële toestand en de historische kaarten. Met deze informatie kunt u al een eerste analyse maken.

  1. Neem een kijkje ter plaatse
    Na een eerste telefonisch contact of een mailtje en later misschien een ontmoeting ter plaatse met de eigenaar(s), kunt u beter inschatten of het door u gevonden terrein geschikt is en of het daadwerkelijk beschikbaar is. U kunt zo ook de obstakels in kaart brengen en begrijpen welke mechanismen er voorhanden zijn om die weg te nemen.
    Om de contactgegevens van de eigenaar van het terrein te verkrijgen waarover u een vraag wilt stellen, kunt u een aanvraag indienen bij het kadaster van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
    Let er in ieder geval op de privé-eigendom te respecteren door altijd eerst contact op te nemen met de eigenaars vooraleer eender welke actie te ondernemen.

Vastgoedexpertise

Landbouwgrond vinden is een nogal complexe zaak die heel wat deskundigheid vraagt. Momenteel heeft slechts één speler zich op dat vlak gespecialiseerd in Brussel, namelijk Terre-en-vue. U kunt een beroep doen op hun ervaring of desgevallend antwoorden op hun oproepen tot kandidaten voor gronden die ze in eigendom hebben of die ze ter beschikking stellen van een andere eigenaar. Als er zich andere spelers aanbieden op dat vlak, zullen zij zich kenbaar maken op de portaalsite Good Food.

 

Links en hulpmiddelen:

Hoe analyseert u het productiepotentieel van een terrein?

Om het productiepotentieel van een terrein te analyseren, moet u rekening houden met de bodem, de toegang tot basisbehoeften (zon en water) en de eventuele administratieve en/of juridische beperkingen op het gebruik van de grond.

De bodem

De bodem vormt het leefmilieu voor het aardse leven. De bodem ontstaat door verwering van het moedergesteente onder invloed van chemische, fysische en biologische processen. Hij bestaat uit een minerale fractie (fysisch-chemische afbraakproducten van het plaatselijke gesteente) en een organische fractie, ook koolstofhoudend materiaal genoemd, die de humus vormt (de producten van de afbraak en de stofwisseling van levende wezens). Door deze elementen te analyseren, krijgt u een gedeeltelijk beeld van de vruchtbaarheid van de bodem. De pedologie is evenwel een zeer complexe wetenschap, net als het leven in uw bodem. Bent u van plan de textuur, de structuur of de samenstelling van de bodem te wijzigen, doe dit dan met bijzonder veel behoedzaamheid.

Een bodemanalyse kan worden gerealiseerd door bodemstalen te nemen en die naar een laboratorium te versturen. Het laboratorium kan de voornaamste fysisch-chemische eigenschappen van de bodem onderzoeken, evenals, de textuur, de granulometrie, de zuurgraad, de kationenomwisselingscapaciteit, sporen van metalen… Het dichtst bij Brussel gelegen lab is het Centre provincial de l’agriculture et de la ruralité (CPAR) in Terhulpen. Er bestaan nog andere laboratoria. Er wordt een interpretatie van de resultaten met certificaat voorgesteld. Die analyse moet zorgvuldig worden geïnterpreteerd, want nogmaals, de bodem kan worden beschouwd als een complex levend wezen waar uw activiteit volledig van afhankelijk is.

Ter aanvulling op de laboratoriumanalyse kan de gezondheid van uw bodem nog op diverse andere manieren worden ingeschat. De spadetest is het eenvoudigst te realiseren, hoewel ook hier voor een juiste interpretatie diepgaande kennis van de levende en niet-levende processen in de bodem vereist is. Deze test bestaat erin een profiel van uw bodem op te stellen. Het profiel van de bodem is het geheel van de horizonten van een gegeven bodem; elke horizon is een opspoorbaar en onderscheiden laag van deze bodem. We spreken ook over "sola" of "bodemhorizonten". Door het profiel te analyseren, krijgt u een idee van de bodemlagen en de diepte van de teeltlaag. Er bestaan meerder pedologische gidsen om u te helpen bij de lezing van het bodemprofiel.

Zon, water en andere natuurlijke bronnen

Vervolgens moet u rekening houden met diverse fysische elementen ter plaatse: de ligging, de eventuele helling, de bootstelling aan de zon en de schaduwen die op het terrein worden geworpen, de diepte van de grondwaterlaag indien moet worden geboord, enz.

Het geoportaal van Brussel is zeer nuttig om u een idee te geven van deze elementen, maar een of meerdere bezoeken ter plaatse blijven onontbeerlijk.

Tijdens uw bezoek(en) kunt u andere contextuele elementen evalueren, zoals toegang tot het wegennet, tot water en elektriciteit, de buren en de omgeving, enz.

De eventuele beperkingen

Tot slot kunnen ook aspecten van juridische of administratieve aard een invloed hebben op de haalbaarheid van uw project: het statuut van het terrein in het GBP (Gewestelijk Bestemmingsplan), zijn eventueel statuut van beschermd landschap (bijv. Monumenten & Landschappen) en eventuele natuurbeschermingsmaatregelen (bijv. Natura 2000), enz.

 

Links en hulpmiddelen:

Met welke contextuele elementen van een terrein moet u rekening houden?

Om een stadslandbouwproject te doen slagen, moet u zich twee vragen stellen: zullen de buurtbewoners het project aanvaarden en zullen ze deelnemen aan de dynamiek ervan? Deze vragen zijn belangrijk in verschillende soorten projecten met een hoge externe zichtbaarheid maar het valt op dat bepaalde stadslandbouwprojecten ook zeer goed slagen zonder dat de wijk eraan deelneemt.

De sociale dimensie van de context: aanvaardbaarheid

De aanvaarding van het project door de buurtbewoners zal afhangen van het evenwicht tussen de behoeften van de bewoners en wat het project hen biedt. Het is dan ook verstandig de behoeften van de buurt te analyseren vooraleer het project op te starten. Een eerste benadering bestaat erin te praten met de buurtbewoners en de eventuele wijkcomités of andere organisaties die de buurtbewoners vertegenwoordigen. De plaatselijke verkozenen kunnen ook relevante antwoorden geven.

Naast de behoeften is het ook relevant de sociale dynamieken in de wijk in kaart te brengen: de duurzame wijken, de collectieve moestuinen en/of composteerplaatsen, de wijkcomités, de buurthuizen, de transitie-initiatieven, de burgercafés… zijn allemaal bestanddelen van de sociale context die best geïnventariseerd kunnen worden.

De sociale dynamiek kan op verschillende manieren in het design van het project verwerkt worden: plaats vrijmaken voor collectieve moestuinen en/of composteerplaatsen, synergieën creëren met bestaande initiatieven, bezoeken, animaties en/of opleidingen, enz. voorstellen.

De economische dimensie: deelname van de klanten

Het feit dat een wijk blijk geeft van een groot aanvaardingspotentieel voor het project waarborgt nog niet dat de wijk er ook aan zal deelnemen. De deelnamevoorwaarden en de capaciteiten van de wijk moet helemaal op elkaar zijn afgestemd (de prijs van de producten moet bijvoorbeeld overeenstemmen met het gemiddelde inkomen van de wijk).

Een objectievere raming van het potentieel kan ook verkregen worden door bijvoorbeeld de gegevens te analyseren die beschikbaar zijn bij het Nationaal Instituut voor de Statistiek en het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn van Brussel. Met deze gegevens zult u kunnen nagaan wat het gemiddelde inkomen per wijk is, hoe hoog het werkloosheidscijfer en de armoedegrens liggen, wat het aandeel van de sociale woningen is, stuk voor stuk interessante socio-economische indicatoren. Deze gegevens blijven weliswaar theoretisch maar ze kunnen interessant zijn om de communicatie en het bedrijfsplan aan te passen aan de context van het project.

Informatievergaderingen in de wijk geven u een duidelijker beeld van de economische capaciteiten en van de context van de wijk waarin u uw project wilt inplanten.

 

Welke steun is er voor wie in contact wil treden met de overheidseigenaren van terreinen in Brussel?

Het is niet eenvoudig om landbouwgrond te vinden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De gelegenheden doen zich voor daar waar gebruikscontracten aflopen, gebruikers met pensioen gaan zonder een opvolger te hebben of in gevallen waar de eigenaar van gebruiker wil veranderen en het bestaande contract dit toelaat.

Vrije grond is bovendien vaak in afwachting van een nieuwe bestemming (grondreserve). Deze situatie is dus zelden compatibel met een voldoende langdurig gebruik voor een landbouwproject.

De uitdaging ligt er meestal in een evenwicht te vinden tussen wat voor de grondeigenaar mogelijk is en wat voor de gebruiker onontbeerlijk is. Professionals op zoek naar grond kunnen zich door diverse spelers laten bijstaan.

In Brussel is er BoerenBruxselPaysans, een vereniging spelers met elkaar aanvullende competenties en middelen op het vlak van stadslandbouw en, met name, met een grondonderzoekspool.

 BoerenBruxselPaysans op de portal Good Food:

https://www.goodfood.brussels/nl/contributions/pilootproject-boerenbruxselpaysans-naar-een-duurzame-landbouw-voor-brussel

Hoe pas ik mijn landbouwproject aan de beperkte oppervlakte van de productiesites in Brussel aan?

Elk type landbouwproductie heeft een minimale oppervlakte nodig om rendabel te zijn. Vervolgens is er de kwestie van het rendabel maken van de ruimte. Wat moet waar worden geproduceerd? Dat wordt in het teeltplan beschreven. De reflectie op het rendabel maken van de ruimte is ook een reflectie op de intensiteit van het te leveren werk per oppervlakte-eenheid, en daaruit volgt de vraag naar het type en de mate van mechanisering.

Een ruimtelijke vormgeving en een aangepaste mechanisering maken het bijvoorbeeld mogelijk een rendabele microgroentekwekerij op te zetten op 80 are (bv. Chant des Cailles). Vanuit ergonomisch oogpunt is het logischer dat dit oppervlak zich op één enkele locatie bevindt, maar het is ook mogelijk om meerdere verspreide percelen te bewerken die samen 80 are beslaan (d.w.z. Spin farming).

"Spin farming" kan voor diverse projecttypes worden overwogen: groenteteelt, fruitteelt, (klein)veeteelt, kruidentheeteelt. Het kritieke punt is uiteraard het ergonomische aspect: de verplaatsing tussen de percelen. Daarnaast is er het complexe administratieve aspect: het is zeer waarschijnlijk dat de diverse eigenaren verschillende soorten contracten voorstellen voor de terbeschikkingstelling van de grond. Aangezien de rendabiliteit en de haalbaarheid van het project samenhangen met de totale oppervlakte, moet worden geprobeerd de diverse contracten zo veel mogelijk samenhang te verlenen als het gaat om het contracttype en de looptijd. Aangezien deze aanpak nog vrij experimenteel is, bevelen we u ten zeerste aan informatie in te winnen bij producenten die al op die manier werken. In Brussel zijn er verschillende voorbeelden te vinden, de pionier is momenteel Cycle Farm.

Een andere mogelijke benadering is de creatie van partnerschappen tussen boerderijen aan de stadsrand (of daarbuiten) en kleinschalige stadsboerderijen. Dit maakt het mogelijk het gebruik van de terreinen te optimaliseren om zo vers mogelijke producten aan de consumenten te bieden, ook een grote productvariatie te bieden en gebruik te maken van schaalvoordelen.

Ook partnerschappen tussen landbouwers en gespecialiseerde klanten (bijvoorbeeld restaurants en kruidenzaken) en zeer snelle rotaties kunnen optimalisatiemogelijkheden bieden voor de beschikbare oppervlakken.

 

Spin Farming:

De Facilitator voor Stadslandbouw is een initiatief 

van Leefmilieu Brussel en Brussel Economie en Werkgelegenheid.